Jaap Walhout

Icon

Het grote genieten na 65

In onze samenleving bestaat er volgens mij een grote myte: zodra je met pensioen gaat (met 65 jaar of eerder) gaat het grote genieten beginnen. De laatste dagen staan de media vol over de AOW discussie. Veel mensen zijn tegen en ook aardig wat zijn voor verhoging van de AOW leeftijd. Een aantal aspecten uit deze discussie verdienen een nadere beschouwing.

We hebben ervoor betaald en dus ook recht op AOW vanaf 65. De AOW is gefinancierd op basis van het omslagstelsel. Dit betekent dat de de uitkering van de huidige AOW-ers wordt betaald door de huidige werknemers. Daar komt nog eens bij dat de babyboomers (vanaf 50+) gemiddeld genomen aanzienlijk minder AOW-premie hebben betaald dan dat mijn generatie (ik ben inmiddels 38 lentes jong) gemiddeld zal moeten betalen. Dit komt omdat in het verleden er aanzienlijk minder gepensioneerden moesten worden onderhouden.  Dus als er al iemand recht op heeft dan zijn dat de jongere generaties.

De vakbonden vertegenwoordigen alle werknemers. Idealiter zou dat het geval zijn. Helaas is dat niet het geval. De bonden piepen vooral als de belangen van de oudere werknemers in het geding zijn. De FNV kan dan ook maar beter z’n naam vervangen voor AOW = Alleen voor Oudere Werknemers (bron). Zo hebben de bonden het voor elkaar gekregen dat ondanks de onhoudbaarheid van de regeling de VUT toch nog behouden bleef voor de oudere werknemers. Dachten ze toen ook aan de jongeren zoals ze nu pretenderen te doen?  Als ik alle betaalde VUT-premies van de afgelopen 12 jaar terug zou krijgen, dan zou het me niet verbazen als ik een jaar onbetaald verlof kan nemen.

Zware beroepen moeten worden ontzien. Dit komt vaak naar voren in de discussie en appelleert aan een gevoel van mededogen. Maar wat is een zwaar beroep? Wordt dat bepaald door de fysieke belasting of ook door mentale belasting? In de discussie rondom de AOW wordt het mentale aspect genegeerd en heeft men het over de bouwvakkers en statenmakers. Ik zal niet ontkennen dat dit fysiek zware beroepen zijn, maar dat is voor mij niet gelijk een reden om voor deze mensen een uitzondering te maken. Een beetje bouwvakker klust namelijk aardig wat bij in het zwarte circuit. Extra fysieke belasting dus. De oplossing is dus simpel: stoppen met bijbeunen en iedere bouwvakker kan gewoon doorwerken tot 67. Bijkomend voordeel is dat er meer werkgelegenheid ontstaat, het werk moet namelijk wel worden gedaan.

Een ander aspect aan deze discussie is de beroepscultuur. Als je geen 100 kilo cement tegelijk kan tillen ben je een mietje. Een stopkapje bij het slijpen van stenen zit in de weg. Etc. Het is niet zo dat maatregelen om de arbeidsomstandigheden te verbeteren pas de laatste jaren zijn bedacht. In mijn jeugd (20 à 25 jaar geleden) heb ik vaak mijn opa geholpen bij het klussen. Met stoffige omstandigheden deed hij een stofkapje op. Hij gaf aanwijzingen hoe ik het beste kon tillen. Het beeld wat me bij is gebleven is dat hij verstandig omging met fysieke belasting en juist daardoor heel veel (zwaar) werk kon verzetten.  Daarnaast ligt de verantwoordelijkheid hiervoor niet alleen bij de werkgevers. Ook werknemers hebben hierin een verantwoordelijkheid.

De jongeren zijn degenen die worden gepakt. Volgens een poster van de FNV dan. Jongere generaties zullen inderdaad door moeten werken tot 67 (of misschien nog wel langer). Daar is geen ontkomen meer aan. Maar het nu negeren van de noodzaak tot verhoging van de AOW leeftijd zorgt er alleen maar voor dat de rekening van de vergrijzing in de toekomst alleen maar hoger wordt en de noodzakelijke ingrepen pijnlijker. En bij wie komt dan die rekening te liggen? Juist, bij de huidige jongere generaties.

Eerst moet de arbeidsparticipatie van 60-65 omhoog. Dit is een veel gehoord argument om ervoor te zorgen dat er meer schouders zijn die de lasten kunnen dragen. Maar ondanks dat dit al jaren wordt geroepen, is er nog niet veel bereikt op dit punt. Slechts één maatregel heeft een flink effect gehad, namelijk het afschaffen van de VUT. Dit geeft ook gelijk aan wat de beste methode is om een hogere effectieve pensioenleeftijd (61 jaar, bron) te realiseren: het moet financieel onaantrekkelijk worden. En hoe kan dat op een redelijk simpele wijze? Je raadt het al: verhoging van de AOW-leeftijd. Hoe later de AOW ingaat, hoe onaantrekkelijker het wordt om op je 60-ste te stoppen met werken.

De lagere inkomens zijn de dupe. In de Volkskrant van afgelopen vrijdag werd een ingezonden brief van de kroonleden van de SER gepubliceerd. Een zeer lezenswaardig stuk. Gemiddeld genomen hebben mensen met een lager inkomen een lagere levensverwachting (bron). Tevens doen ze ook vaker een beroep op de gezondheidszorg. De lagere inkomensgroepen hebben er dus alle belang bij dat er in de zorgsector voldoende arbeidskrachten beschikbaar blijven.De lagere levensverwachting en het grotere beroep op de zorg is een gevolg van levensstijl. Wel of niet gezond leven is een persoonlijke verantwoordelijkheid. Een lagere levensverwachting en een groter beroep op de gezongheidszorg is om die reden geen valide argument om de AOW niet te verhogen.

De levensverwachting is toegenomen. Bij de invoering van de AOW lag de levensverwachting rond de 70 jaar. Inmiddels is deze al ongeveer 10 jaar gestegen (bron) en de verwachting is dat deze nog verder zal stijgen. Als er destijds gelijk voor was gekozen om de AOW met de levensverwachting mee te laten stijgen, dan was de AOW leeftijd nu 75 geweest. Vanuit die optiek bekeken is een AOW-leeftijd van 67 zo gek nog niet.

Na je 65-ste begint het grote genieten. Hoewel dit een wijdverbreid beeld is, roept dit bij mij nog wel een aantal vragen op. Wordt er dan niet genoten voor je 65ste? Is werken dan zo’n straf? Ik ken verschillende mensen die bijna 65 zijn of de 65 al gepasseerd zijn die met nog veel enthousiasme door willen blijven werken en dit in sommige gevallen ook daadwerkelijk doen.

Solidariteit. Zowel de lusten als de lasten moeten gelijk verdeeld worden over de generaties. De lasten mogen dus niet alleen bij de jongere generaties komen te liggen. Als we z’n allen (dus ook de 55+ generaties) de lasten van de vergrijzing dragen, dan valt het voor iedereen wel mee.

Kortom de AOW mag van mij verhoogt worden. En wel per direct naar 67 jaar.

Terechte kritiek op Wikiwijs?

Tijdens mijn vakantie zijn er een aantal kritische kanttekeningen bij het Wikiwijs-project geplaatst door een aantal edubloggers.  Menigeen zal bij het lezen denken: goed punt, helemaal mee eens. De vraag die ik me stel is: klopt dat wel? Laten we er eens twee bekijken.

Karin Winters vraagt zich af waarom er niet op een web2.0 manier (via twitter) wordt geworven en begrijpt ook niet dat er al activiteiten kunnen worden ontplooid terwijl er nog geen programmamanager is. Misschien dat een aantal kwartiermakers al is begonnen? Er is trouwens al enige tijd een programmamanager bezig, maar dat had Karin ook al ontdekt.

Wilfred Rubens heeft ook zo z’n twijfels over het slagen. Met name de content van andere al bestaande partijen ziet hij niet zo snel opgenomen worden in Wikiwijs. Ik denk dat dat wel meevalt. Het project ‘Open methodes‘ laat zien dat er in korte tijd aardig wat materiaal verzameld kan worden. Daarnaast denk ik (of weet ik eigenlijk wel zeker) dat de mensen achter Wikiwijs wel op de hoogte zijn van allerlei andere initiatieven met betrekking tot het ontwikkelen van leermateriaal.

Daarnaast vindt hij het idee van een ‘referatory’ niet echt aantrekkelijk. RSS en social bookmarking zijn een beter alternatief. Maar hoeveel docenten werken er met twitter, rss of social bookmarking? Mijn inschatting is niet veel. En moet Wikiwijs wel voorop willen lopen met toepassingen die bij de grote massa niet bekend zijn? Volgens mij niet persé, de afstand met de docent moet niet te groot zijn om er voor te zorgen dat de drempel om mee te doen niet te hoog is.