Een mooi bericht op Read Write Web: Minority Report in de woonkamer. Daarin schrijven ze over de ontwikkeling van G-speak, een besturingssysteem op basis van gebaren, door Oblong Industries. Het zal geen verrassing zijn dat degene die hier de drijvende kracht is, ook bij de film Minority Report een belangrijke rol heeft gehad met betrekking tot de special effects.
Volgens mij kan dit ook van grote invloed zijn op het onderwijs. Een tijdje geleden schreef Wilfred Rubens al dat leren aan authenticiteit kan winnen door het gebruik van 3D technologie. Als ik ik de demo zie van G-speak kan ik me dat goed voorstellen. Met dit soort technologie (ook Project Natal van Microsoft hoort hierbij) kunnen erg realistische simulatietoepassingen gemaakt worden. Een muurtje metselen (of zelfs een heel gebouw in elkaar zetten) of een auto (de)monteren wordt een realistische bezigheid. Vervolgens kan het bouwwerk bijvoorbeeld getest worden op stormbestendigheid. Het voordeel is dat je niet elke keer met de troep van cement en stenen zit of de olie van de motor. Bovendien wordt een ruimte waar instructie wordt gegeven nu multifunctioneel.
Een indruk van deze technologie kun je via onderstaande video krijgen:
Ik ben erg benieuwd wat deze technieken ons in de toekomst gaan brengen. Wel ben ik ervan overtuigd dat dit uiteindelijk z’n beslag zal krijgen in het onderwijs. Een conclusie die Wilfred ook al trok.
Eerder deze week kwam ik het in Israel gebaseerde Time To Know tegen. In de visie van dit bedrijf is het huidige onderwijs om 3 redenen ineffectief. Ten eerste is er een gebrek aan relevantie. Volgens hen is het onrealistisch om in het huidige tijdsbestek (de digitale wereld met een veelheid aan stimuli) van kinderen te verwachten dat ze zich aan een passief leersituatie aanpassen. Ten tweede is er een gebrek aan variatie. Alle leerlingen moeten dezelfde stof op dezelfde manier doorlopen. Dit is een miskenning van het gegeven dat ieder kind uniek is. En als een gebrek aan toetsing. Nu worden kinderen soms pas na weken of maanden getoetst op de opgedane kennis.
Om aan deze drie tekortkomingen wat te doen heeft Time To Know een integrale oplossing gekozen. De leeromgeving en de leerinhouden sluiten in hun systeem naadloos op elkaar aan.
Het curriculum dat ze aan het ontwikkelen zijn, is gebaseerd op blended learning en sociaal constructivisme. Daardoor hebben docenten de flexibiliteit om de lessen aan te passen aan wat op dat moment nodig is. Lessen bestaan uit een varieteit aan activiteiten, zoals:
- Rijke ‘verkenningsapplets’.
- Instructiespellen gerelateerd aan de inhoud van de activiteit.
- Geleide discussies om docenten te helpen met samenvatten en motiveren.
- Instructievideo’s om concepten te introduceren, uit te werken of samen te vatten.
- Beoordelingsactiviteiten om leerlingen/studenten te helpen bij het voorbereiden toetsen.
Zowel groepswerk en individueel werk als docent gestuurd werken worden ondersteund. Daarnaast is het systeem ook nog eens adaptief.
Al met al klinkt dit erg mooi, maar werkt het ook? De eerste resultaten lijken in ieder geval positief. In een eerste studie lijkt het erop dat leerlingen aanzienlijk meer leren dan een controlegroep. De enige kanttekening die ik bij dit onderzoek zet is het gegeven dat de Time To Know de bron is.
Wat mij betreft een toepassing om in de gaten te houden.