Jaap Walhout

Verkiezingskoorts: de keuze beperkt

Eerder melde ik dat ik per partij het verkiezingsprogramma zou bekijken. Helaas haalt de tijd me in. Een andere aanpak is dus nodig om toch tot een keuze te komen. Hoe? Kijken op welke partijen ik zeker niet ga stemmen (en de reden waarom niet natuurlijk).

Geen PVV. De islamofobie en het daardoor uitsluiten van mensen op basis van hun geloof vind ik ronduit stuitend. Daarbij stigmatiseert de PVV (en dan m.n. de Nederlanders met Marokkaanse (voor)ouders) op zodanige wijze dat de goeden moeten lijden onder het gedrag van de slechten. Bovendien heeft de PVV op economisch en sociaal terrein een uiterst behoudende agenda en wil het vooral veel bij het oude laten.

Geen CDA. Het CDA zit vastgebakken aan de macht. De noodzakelijke hervorming van de woningmarkt (aanpakken hypotheekrenteaftrek en het tegengaan van scheefwonen) wordt slechts miniem aangepakt.

Geen Christen Unie. Teveel vastgebakken aan het geloof en in mijn ogen moet er een scheiding zijn tussen geloof en staat.

Geen kleine partij. Dus de Partij voor de Dieren, de SGP, TON, de Piratenpartij, etc hebben te weinig invloed of zijn teveel one-issue partijen.

Geen VVD. Het weigeren om de woningmarkt structureel en als geheel (dus ook de hypotheekrenteaftrek) te hervormen is een erg zwak punt. Daarnaast heeft de VVD een te groot geloof in marktwerking. Relevant leesvoer in deze voor VVD-ers is: Predictably Irrational van Dan Arieley en The Paradox of Choice van Barry Schwartz.

Geen PvdA. Te langzame aanpak van de vergrijzing en daarmee beschermt de PvdA teveel de babyboomer.

Geen SP. Geen aanpak van de vergrijzing. Wil vooral veel bij het oude laten en dat werkt niet meer.

Ik weet nu welke partijen ik niet ga stemmen. De enige twee serieuze opties die voor mij overblijven zijn D66 en Groenlinks. Waarom? Omdat beide partijen naar mijn idee in staat zijn om voor de problemen waar we voor staan met een totaal aanpak te benaderen. Maar wie van de twee krijgt m’n stem? Ik heb gelukkig nog een dag.

Verkiezingskoorts: het Overton venster

We denken dat we kiezen tussen links en rechts. Maar in een eerder bericht heb ik het Hotelling-Downs model besproken. Dit model laat zien dat alles niet zo vast is als het lijkt. Een ander model dat enig inzicht geeft in het schuiven van stellingen is het ‘Overton-window‘. Onderstaande figuur illustreert heel mooi wat dit inhoud.

Het getal nul geeft het midden van het mogelijke politieke spectrum weer. Het feitelijke politieke spectrum is meestal echter veel smaller, dit wordt weergegeven door de zwarte afbakeningen. Deze verschuiven met het verschuiven van de publieke opinie.

Waar standpunt R1 op het ene moment wordt gezien als erg rechts, wordt het op een ander moment als erg links ervaren. Dit fenomeen kunnen we bijvoorbeeld zien bij het minderhedendebat. Met name door de stellingname van de PVV zijn de standpunten van de meeste partijen aanzienlijk naar rechts verschoven. In de jaren tachtig stond het politieke spectrum rond het punt nul. Standpunt R2 (vertolkt door Janmaat) viel buiten de politieke realiteit en dus leidde zijn partij een marginaal bestaan.